Geopend van maandag t/m zaterdag 
van 12 tot 16.30 uur en
zondag van 11 tot 16.30 uur.

Inhoudsopgave

1. Vachtvilten

🐑 1. Vachtvilten

Wat het is:
Vachtvilten is een gevorderde vilt-techniek waarbij je niet alleen losse vezels verwerkt, maar een geschoren schapenvacht als basis neemt. Daarop werk je met losse gekaarde wol die je met zeep, water en wrijving in de vacht verwerkt, zodat de vezels van de losse wol vastgroeien op de vacht zelf.

Hoe het werkt:

  • De ruwe, geschoren vacht blijft gedeeltelijk intact.
  • Op de rugzijde van de vacht worden lagen luchtige wol geplaatst.
  • Met water, zeep, wrijving en rollen worden deze vezels aan de vacht “gevilt” zodat ze stevig vastzitten.

Wat je ermee maakt:
Je kunt hiermee producten maken die de sfeer, krul en zachtheid van de originele vacht bewaren, maar met een sterke, gevilte achterkant — bijvoorbeeld kleden, kleding, of kunstobjecten.

2. Prikvilten (ook Naaldvilten of Droogvilten)

Wat het is:
Prikvilten is een manier van vilten waarbij geen water en zeep gebruikt worden, maar een speciale naald met weerhaakjes.

Hoe het werkt:

  • Je gebruikt een naaldviltnaald (met kleine weerhaakjes).
  • Door herhaaldelijk in de wol te prikken verplaats je de wolvezels; de weerhaakjes haken de vezels in elkaar.

Waarvoor:
Deze techniek is ideaal voor kleine objecten en fijne details — zoals zachte sculpturen, decoraties, of reliëf-patronen op textiel. Het wordt ook wel droogvilten genoemd omdat er geen nat proces (water/zeep) aan te pas komt.

3. Wolverven (Fulling / Waulking)

Wat het is:
Hoewel het woord wolverven niet vaak in moderne termen gebruikt wordt, komt het waarschijnlijk overeen met de traditionele fulling-techniek — een proces dat wolweefsels reinigt én dichter en steviger maakt door wrijving, warmte, vocht en druk. ʻFulling’ is een oude stap in de wolbewerking.

Hoe het werkt:

  • Wolweefsel of gebreide wol wordt nat gemaakt en gewassen om vet, vuil en lanoline te verwijderen.
  • Daarna wordt het materiaal mechanisch bewerkt (gerold, gewreven, gehamerd of gewassen met wrijving).
  • Zo laat je de vezels meer in elkaar grijpen, wat de stof dikker, dichter en waterafstotender maakt.

Waarom:
Fulling wordt gebruikt om textiel sterker, warmer en blijvend compact te maken. Het verschil met gewoon vilten: bij fulling begin je vaak met al gemaakte weefsels of gebreide stukken (en je maakt ze dichter), terwijl bij vilten je losse vezels tot materiaal vormt.

🧶 4. Wolspinnen

Wat het is:
Wolspinnen is de oer-bewerking van wol; het is het proces waarbij losse vezels worden getwist tot draad (garen).

Hoe het werkt:

  1. De ruwe wol wordt schoongemaakt en gekaard (vezels op één richting gebracht).
  2. Vervolgens worden de vezels getrokken en getwist tot één continu garen dat sterk genoeg is om mee te breien, weven of naaien.